c o e n   v e r m e e r e n


EN

De muzikale wortels van Coen Vermeeren gaan terug tot zijn jonge jaren, toen hij als jongensalt zong in het Sacramentskoor te Breda. Onder dirigent Walther Cantrijn kwam hij in aanraking met koormuziek van de renaissance tot de twintigste eeuw. Zo'n achtergrond is voor een kind van onschatbare waarde, en voor muzikaal getalenteerden niet zelden beslissend om zich verder te ontwikkelen, in sommige gevallen tot professioneel musicus. Ook Coen Vermeeren ging verder in de muziek, zij het via een minder gebruikelijke weg. Hij volgde aanvankelijk een opleiding tot ingenieur aan de de Technische Universiteit Delft, die uiteindelijk leidde tot een doctorstitel en een aanstelling aan de Faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek.

Muziek beoefende hij 'ernaast': van 1989 tot 2001 was hij (mede-)dirigent van de Choralen van de Grote of O.L.V.-Kerk in Breda, een jongenskoor dat voortkwam uit het Sacramentskoor. In 1995 stond hij aan de wieg van het ensemble i buoni antichi. Dit ensemble is actief in verschillende samenstellingen, onder meer in een serie Bach-cantatediensten in de Bredase Antoniuskerk. Naast het dirigeren en het zingen werd Coen Vermeeren meer en meer actief in het zelf schrijven van muziek. Hiertoe volgde hij incidenteel lessen bij Daan Manneke, componist en docent compositie aan het Conservatorium van Amsterdam.

Gezien zijn achtergrond is het niet verrassend dat de muziek van Vermeeren grotendeels voor koor geschreven is. De menselijke stem is, zoals hij zelf zegt, het instrument waarin hij het meest thuis is. Maar de keuze voor vocale muziek heeft ook een praktische kant: het is voor een componist belangrijk dat zijn muziek wordt uitgevoerd, en met de Choralen had de componist daarvoor een goed koor in handen. Vandaar dat zijn muziek vaak ook met jongensstemmen in gedachten is ontstaan, wat tegelijkertijd goed past bij zijn persoonlijke muzikale stijl. Vermeeren laat zich inspireren door gregoriaans, renaissancepolyfonie en de zogenaamde 'neo-spirituele muziek' van componisten als Arvo Pärt. Hij beschouwt zichzelf bovendien expliciet als componist van kerkmuziek, waarin voor hem het 'zuivere en onschuldige' jongenstimbre bijzonder op zijn plaats is.

Coen Vermeeren is grotendeels autodidact in zijn componeren. Hierdoor maakt hij ook geen deel uit van een bepaalde 'school', zoals bij componisten vaak het geval is. Wel volgde hij, zoals al aangegeven, lessen bij Daan Manneke. Door middel van die lessen ontwikkelde hij zich op het gebied van compositietechnieken en instrumentatie, maar hij vond er ook een bevestiging van zijn persoonlijke manier van schrijven. Ook spoorde Manneke hem aan inspiratie voor de muziek te zoeken in andere kunstvormen en in filosofie.

Zelf omschrijft Vermeeren zijn componeren in de eerste plaats als intuïtief. Hij schrijft niet binnen het raamwerk en de met conventies van een bepaalde stijl, maar gaat laat zich volledig leiden door de inspiratie die de tekst en andere bronnen hem schenken.